Je hebt Javascript nodig om deze website te kunnen gebruiken. Pas je browserinstellingen in om verder te gaan!
Opinie
Over vakmanschap, nieuw talent en de ruimte om het onderwijs te versterken.
Sanne van Kempen

Sanne van Kempen

Oprichter en directeur

De lat hoog, de vijver groot

Als we onderwijs werkelijk zien als een van de belangrijkste plekken in onze samenleving, moeten we het vak ook zo behandelen. Met een hoge professionele standaard, veel waardering en ruimte voor vakmanschap.

Iedere dag werken onderwijsprofessionals met kinderen en jongeren op een moment in hun leven waarop ontzettend veel wordt gevormd. Wat ze leren, hoe ze naar zichzelf kijken, wat ze denken dat voor hen mogelijk is en hoe ze zich verhouden tot de wereld om hen heen.

Annet Kil noemde de leraar onlangs 'de architect van de toekomst van het land'. Dat beeld bleef bij me hangen. Want wat vraagt het eigenlijk om dat werk goed te doen? Je vak verstaan, leerlingen echt zien, ingewikkelde dingen begrijpelijk maken, veiligheid creëren, hoge verwachtingen hebben en een groep in beweging krijgen. Het vraagt een bijzondere combinatie van kennis, mensenkennis, aandacht en het vermogen om voortdurend te schakelen.

Dat vakmanschap verdient een omgeving waarin het tot zijn recht kan komen. Met goede collega's, sterk leiderschap, professionele ruimte en volop mogelijkheden om te blijven ontwikkelen. Als we onderwijs zo belangrijk vinden, moeten we de mensen die er werken ook de ruimte en het vertrouwen geven om hun vak goed uit te oefenen.

Een tekort vraagt om een bredere blik op talent

Juist vanuit die overtuiging kijk ik naar het lerarentekort. De behoefte aan meer mensen is groot en op veel scholen iedere dag voelbaar. Maar het tekort mag geen aanleiding zijn om de professionele standaard te verlagen. Het zou ons juist moeten uitdagen om veel breder naar talent te kijken en bereid te zijn het onderwijs anders te organiseren om dat talent een plek te geven.

Voor mij horen die twee bij elkaar: hoge verwachtingen van het vak én een brede blik op de professionals die het onderwijs kunnen versterken.

Want ik geloof dat er in Nederland ontzettend veel mensen rondlopen die iets bijzonders kunnen betekenen in het onderwijs. Mensen met kennis, ervaring, vaardigheden en persoonlijkheden die van grote waarde kunnen zijn, maar die zichzelf misschien nog helemaal niet in het onderwijs zien werken.

Denk aan een vakman die zijn kennis en ervaring prachtig zou kunnen overbrengen aan mbo-studenten. Een leidinggevende uit het bedrijfsleven die een sterke schoolleider zou kunnen zijn. Of een professional die na jaren in een andere sector ontdekt dat juist in het onderwijs veel samenkomt van wat hij kan en belangrijk vindt.

Michel Penders is daar een mooi voorbeeld van. Hij was onder andere soldaat, werkte in de media, organiseerde festivals en was horecaondernemer voordat hij in het basisonderwijs terechtkwam. In onze podcast Ga naar project noemt hij het onderwijs 'by far het leukste werk dat ik ooit heb gedaan'.

Ik vind dat zo'n mooi voorbeeld van iemand die jarenlang zijn talent op heel andere plekken inzette en uiteindelijk ontdekte hoe goed het onderwijs bij hem past.

En hoeveel mensen zoals Michel lopen er nog rond? Mensen die zichzelf niet in het onderwijs herkennen, die we nog onvoldoende weten te bereiken of voor wie de bestaande routes niet goed aansluiten bij hun achtergrond, ervaring of levensfase?

Durven organiseren rondom talent

Daar ligt voor mij een belangrijke volgende stap. Want breder naar talent kijken heeft weinig zin als we vervolgens verwachten dat al die verschillende mensen via precies dezelfde route het onderwijs binnenkomen.

Soms vraagt het om een andere opleidingsroute, een combinatie van werken in het onderwijs en daarbuiten, een andere samenwerking tussen scholen en opleidingen of een programma voor mensen die we via bestaande routes nauwelijks bereiken.

Annelies is daar een mooi voorbeeld van. Zij combineert haar werk als directeur risk management met het docentschap wiskunde. Haar verhaal laat zien dat een loopbaan in het onderwijs er ook anders uit kan zien dan het klassieke beeld van volledig overstappen naar een nieuwe sector.

Wat ik interessant vind, is dat we de vraag ook kunnen omdraaien.

We kunnen zoeken naar mensen die passen binnen hoe we het onderwijs nu hebben georganiseerd. Maar we kunnen ook kijken wat er nodig is om ruimte te maken voor mensen van wie we denken: jou willen we heel graag in het onderwijs hebben.

Dat vraagt creativiteit. Van scholen, opleiders, onderwijsregio's en andere partijen die betrokken zijn bij de instroom van nieuwe professionals. En het vraagt de bereidheid om bestaande manieren van werken opnieuw te bekijken.

Tegelijkertijd vraagt het om helderheid over het vakmanschap dat uiteindelijk nodig is. Want een andere achtergrond, bijzondere ervaring of veel enthousiasme maakt iemand nog niet vanzelf een goede leraar. Dat vak moet je leren. Met een goede opleiding, begeleiding, praktijkervaring en de ruimte om je te ontwikkelen.

We mogen hoge verwachtingen hebben van de mensen die het onderwijs in willen. Maar dan mogen we minstens zo ambitieus zijn in hoe we hen vinden, opleiden en begeleiden.

Een beroep waar mensen bij willen horen

En daar zit een mooie wederkerigheid in: hoe serieuzer we het beroep nemen, hoe aantrekkelijker het wordt voor nieuw talent.

Mensen die bewust kiezen voor een overstap naar het onderwijs, zoeken vaak werk waarin ze van betekenis kunnen zijn en hun kennis, ervaring en kwaliteiten kunnen inzetten. Een beroep dat hoge eisen stelt, waarin vakmanschap wordt gewaardeerd en waarin je kunt blijven groeien, kan juist daarom aantrekkelijk zijn. Een plek waar je ambitie tot zijn recht kan komen.

Maar die aantrekkingskracht ontstaat niet vanzelf. We kunnen vertellen hoe belangrijk het onderwijs is, maar uiteindelijk moeten mensen dat ook ervaren. In de ruimte die ze krijgen om hun vak goed uit te oefenen, in de kwaliteit van hun opleiding en begeleiding, in de samenwerking met collega's en in de mogelijkheden om zich te blijven ontwikkelen.

Dat geldt voor de mensen die al in het onderwijs werken, net zo goed als voor degenen die de overstap overwegen.

En hoe beter we erin slagen om nieuwe mensen met andere kennis, ervaringen en perspectieven binnen te halen en goed te begeleiden, hoe meer zij op hun beurt kunnen bijdragen aan de kwaliteit en ontwikkeling van het onderwijs.

Zo kunnen de aantrekkelijkheid van het beroep en de kwaliteit van de instroom elkaar versterken.

De lat hoog én de blik breed

Dat is ook waar wij met Onderwijs in aan willen bijdragen. We kennen de mensen die een overstap naar het onderwijs overwegen. We zien hoeveel talent, motivatie en ervaring zij meebrengen, maar ook hoe ingewikkeld het soms is om een passende plek en route te vinden.

Daarom willen we steeds beter worden in het herkennen en uitnodigen van talent, nieuwe routes ontwikkelen en scholen, opleiders en andere partijen verbinden om mogelijkheden te creëren die er nu nog niet zijn.

Altijd vanuit de overtuiging dat het onderwijs gebaat is bij goede mensen, die goed worden opgeleid, hun kwaliteiten kunnen inzetten en de ruimte krijgen om zich verder te ontwikkelen.

De lat hoog houden en de vijver vergroten horen voor mij bij elkaar.

En misschien vraagt dat wel iets van ons allemaal. Dat we met een open blik kijken naar wie het onderwijs kan versterken. Dat we hoge verwachtingen blijven hebben van het vak. En dat we bereid zijn om anders te organiseren als we daarmee ruimte kunnen maken voor bijzonder talent.

Want stel je voor dat we iemand ontmoeten van wie we denken: wat zou jij veel kunnen betekenen voor het onderwijs.

Hoe mooi zou het zijn als we dan ook de mogelijkheden hebben om die persoon een plek te geven?

Meer van dit soort opiniestukken ontvangen?

Schrijf je in voor onze maandelijkse deep dives - direct in je inbox.

Gepubliceerd op

Laatst bijgewerkt op

Geschreven door

Sanne van Kempen

Sanne van Kempen

Oprichter en directeur

Ontvang updates over
onze programma's

Door je in te schrijven ga je akkoord met onze privacy policy.